JdWontour.reismee.nl

Aan al het goede komt een eind..

Angkor Wat? Nou, dat is de meest beroemde van de overblijfselen uit het tijdperk van het machtige Khmer-volk van weleer. In drie dagen ben ik daar met een gehuurde tuktuk-chauffeur langs alle indrukwekkende bouwwerken getuft, het kwik op braadhoogte. Dat moet een flinke klus geweest zijn destijds. Groot, gedetailleerd, ingenieus. Ongelofelijk hoe men dat voor elkaar heeft gekregen. Een bezoek aan iedere tempel staat jammer genoeg garant voor een vooropgezette aanval van hordes kinderen wiens papa en mama liever zien dat ze spulletjes slijten dan naar school gaan. Helaas voor hen heb ik in deze fase van mijn leven geen behoefte aan een panfluit met kraanvogel opdruk, een zijden tafelkleed of 13 armbanden voor een dollar. Kan op weinig sympathie rekenen van de kids. Ik kan ook met trots melden dat de gevleugelde uitspraak "kijken, kijken, niet kopen" van de Costa del sol zijn weg naar Cambodja heeft gevonden. Na enkele dagen in het verder weinig boeiende Siem Reap was het tijd om Thailand maar weer eens te enteren. Het leek me gezien de temperaturen gepast om zo snel mogelijk mijzelf naar zwembroek-oorden te begeven, geografisch gezien was Ko Samet de meest gunstigste optie. Op dit kleine, fraaie vluchtoord voor Thai met geld heb ik me gedurende een kleine week bezig gehouden met het lezen van enkele boeken op het strand, een stapavond met wat Thaise gasten, een tourtje naar enkele omliggende eilanden en het eiland zelf rondwandelen. Bijzonder weinig dus. Aangezien ik nog altijd niet erg goed ben in weinig doen en Samet me wat begon te vervelen moest ik even kijken wat ik met mijn resterende dagen tot aan vertrek ging doen. Een verre bestemming zou twee volle dagen reizen inhouden en leek me niet echt rendabel, dus besloot ik de cirkel maar rond te maken: terug naar Kanchanaburi waar mijn Thaise avontuur voor mijn gevoel echt begon een kleine zes maanden geleden. Maar daarvoor moest ik eerst weer even naar Bangkok. Aangemeerd op het vasteland wist de mevrouw van het reisbureau te melden dat er harde actie gepland stond die dag en we even moesten kijken hoe we de stad inkwamen. De rookpluimen stegen op boven de stad terwijl het minibusje erin knalde. Eenmaal weer in het toeristenhart was het erg rustig en zat al het bar-, restaurant- en winkelpersoneel aan de buis gekluisterd om te zien wat er zich iets verderop afspeelde. De reactie van de mensen in het eettentje waar ik een van mijn laatste Pad-thai verorberde leek tevreden toen op tv de leider van the redshirts weggesleept werd. Een busje naar Kanchanaburi was snel gevonden. Het is nog steeds het relaxte plaatsje met de mooie omgeving die ik destijds achterliet. De bar van een Duitse kameraad van de leuke tijd in december staat er ook nog steeds, waar het ook nog altijd goed toeven is. Een vriend van hem werkt in een rustplaats voor olifanten 40 kilometer buiten de stad en daar hebben we een dagje rondgehangen. Biertje gedronken aan een meertje terwijl de olifanten er in rondspeelde en ze daarna uitgelaten in het bos.

En toen zat het geheel er bijna op. Nog twee dagen Bangkok waar sinds kort nieuwe ruines te bezichtigen zijn. Als opstandige vulkanen daarna geen roet in het eten strooien bevind ik mij over enkele dagen weer op Nederlands grondgebied en kan ik aan mijn herintegratie beginnen. Het was fantastisch, een geweldige tijd. Maar het wordt ook geweldig om vrienden en familie weer te zien, en er liggen weer een hoop andere leuke dingen in het verschiet. Iedereen bedankt voor het lezen van dit weblog en het achterlaten van veelal briljante reacties. Ik zie u allen snel weer. Het wordt een mooie zomer!

8 reacties | reageer

"It's a holiday in Cambodia!"

Na met pijn in het hart afscheid te hebben genomen van het fijne Ko Chang was het tijd voor mijn "Holiday in Cambodia" (voor de punkconnaisseurs onder ons). De Thai-(S)Cambodjaanse grensovergang was bijna komisch te noemen. Een klein kantoortje gevuld met louche types die tegelijkertijd je visum voor je "regelen" en je goedkope sloffen sigaretten proberen te verkopen. De enige die een uniform draagt biedt je snoepjes aan, waarschijnlijk om de vijf euro die ze besluiten bovenop de officiële gage te gooien te compenseren. Na de afgelopen maanden in rijkere landen te hebben gespendeerd was weer duidelijk te merken een straatarm land te hebben betreden. Een straatarm land dat nog altijd herstellende is van de Amerikaanse oorlogsmisdaden in ZO-Azie en de walgelijke Khmer Rouge periode erna. Paard en wagen en ossenkarren zijn hier nog gewoon in gebruik, bedelaars alom (veelal -1 ledemaat) en de toerist is weer een lopende portemonee voor sommigen. Eerste halte was Sihanoukville, het enige strandoord dat Cambodja rijk is. Weer zo'n oord in Zuidoost Azië waar je hartverwarmende romances ziet ontstaan tussen jonge Aziatische meisjes en pensioengerechtigde withuiden met overgewicht en brakende tieners in de avondbranding. Voordat ik te emotioneel werd van al dat moois snel het toneel verlaten en de express naar Kampong gepakt. Dat beviel een stuk beter, hoewel het niet heel speciaal te noemen was. Korte trip met de brommer naar Kep gemaakt, waar onder andere een hoop verlaten villa's te spotten zijn uit het tijperk van de rooie Khmer. Andere verlaten gebouwen zijn waar te nemen, na een gebrek aan conditie aantonende klim, op de top van Bokor mountain, tevens een nationaal park, Een geheel verlaten stad wel te verstaan. De mist maakte het echt tot een spookstad en vergalde tegelijk het veronderstelde fraaie uitzicht over de omgeving. Bokor is een prachtig natuurgebied waar nog veel wildleven moet rondhuppelen. Daar heeft natuurlijk niemand wat aan, dus gelukkig heeft de Cambodjaanse regering het park verkocht aan een Chinees bedrijf dat al druk bezig is om het geheel met de grond gelijk te maken. Mocht u dit gebied over een jaar of 2 willen bezoeken kunt u zich op de top heerlijk in de watten laten leggen in een vijf sterren hotel, zonder het gevaar dat er een wilde tijger het stoombad inwandelt. Vooruitgang noemen we dat.


Heerlijke Cambodjaanse inhakers begeleid door videoclips waar een jongetje en meisje samen romantisch een maïskolf oppeuzelen onder een bloesemboom (om maar een voorbeeld te noemen) vormde traditiegetrouw het entertainment in de bus, ditmaal naar de hoofdstad Phnom Pen. Het gaat straks wennen worden als ik in een Nederlandse stadsbus zit en we hoeven onderweg niet te stoppen om een band te verwisselen. De voornaamste "attracties" van Phnom Pen zijn bezoeken aan de hoofdstedelijke overblijfselen van de uitspattingen van Pol Pot en z'n vrinden, "the killing fields" en de S-21 gevangenis. Een stuk geschiedenis dat het Cambodja van nu nog altijd voor een groot deel bepaald en nog zeer actueel is aangezien de (nog levende) verantwoordelijken nog altijd niet berecht zijn. Ik zal geen geschiedenisles gaan geven voor mogelijke gene die geen flauw benul hebben waar dit over gaat, maar ik heb er in het verleden het nodige over gelezen en het was indrukwekkend om op deze plekken rond te lopen., hoewel het altijd moeilijk blijft voor te stellen hoe het écht geweest is. Bijna alle Cambodjanen die ik gesproken heb hebben familieleden verloren in deze tijd. Phnom Pen is verder wel vermakelijk. Het toeristengebied heeft een leuk relaxt karakter, maar dit gaat binnenkort op de schop en zal daar dan waarschijnlijk wat aan moeten inleveren. Leuke afsluiter van een avond gehad met wat Cambodianen in het guesthouse die vervolgens beschonken het meer indoken om op kikkers te vissen. Is wat anders dan een bezoek aan de snackbar na een avondje stad.
Op dit moment zit ik in Siem Reap om de befaamde tempels uit het Khmer tijdperk te bewonderen. Het einde van de trip nadert gestaag, ik heb nog enkele weken om te genieten van dit geweldige stukje planeet. Mag ik alle lieve kijkbuiskinderen weer bedanken voor het lezen van dit gezwets en het achterlaten van onzinnige berichten.
Gegroet!

7 reacties | reageer

Waterpistolen en AK-47s

De straat is volgepakt met mensen. Iedereen is bewapend en er wordt volop geschoten. Niemand komt ongeschonden uit de strijd. Ik vier voor de derde maal tijdens de trip het begin van een nieuw jaar. Ditmaal Songkran, het nieuwjaar voor Thailand, Laos en Cambodia. Een reden voor, in dit geval, de Thai om gewapend met waterpistolen, plastic flessen, tonnen en bakken de straat op te gaan en iedereen van een nat pak te voorzien. De toeristen doen er vrolijk aan mee. Ik ben terug in Bangkok. Een dag voor mijn arriveren daar werd er ook geschoten. In de straat achter mijn hotel vonden drie mensen de dood en tweeëntwintig in de stad in totaal. Het wekenlange protest van de roodhemden liep volledig uit de hand. Nadat de bus die ons eigenlijk in het toeristencentrum Kao San Road zou afzetten ons er onder het motto "daar gaan we dus ff niet heen" op straat X eruit zette, was tijdens de taxirit al waar te nemen dat er nogal wat aan de hand was. De taxi baande zich een weg door een mensenmassa die veelal bewapend met stokken en maskers rondliep. Een weghelft van een brug was compleet in handen van de demonstranten. Legertrucs met alle ramen eruit stonden er verlaten tussenin. Lopend naar mijn hotel liep ik tussen de puinhopen door langs een gedenkplaats voor de overledenen, waar mortuariumfoto's opgehangen waren van de doodgeschoten mensen. Een Thai attendeerde me op alle kogelgaten in de muren. Het bracht een vreemd contrast. De herdenkende mensen, een afzetting en enkele meters verder het feestgevierd van Kao San road. Niet om me roomser dan de paus voor de doen, maar voor de Thai gaat het leven vrij snel door en ze waren zelf ook in grote getalen aan het feestvieren, wat het iets minder ongemakkelijk deed voelen om te doen waar ik voor gekomen was, het vieren van een verjaardag met twee mensen waar ik mee afgesproken had. Dit zette zich de volgende dag voort en deed ons onder meer bij een vermogende muziekproducent in zijn studio belanden en later werden we door een groep Thai meegenomen naar een club waar ze vervolgens alle drankjes voor hun rekening namen. De dag erna was het volop Songkran en was Kao San road op zijn drukst.

Na het verlaten van Maleisie en voor Bangkok belandde ik eerst in Krabi, een gemoedelijk plaatsje waar vrij weinig te doen was omdat alle toeristen in Ko Panghan bij de beruchte fullmoon-party's zaten. Ditzelfde gold voor Ko Lanta waar ik vervolgens de boot naartoe nam, hoewel we inmiddels ook buiten het seizoen beland zijn. Ik heb me er niet verveeld, maar de aanspraak was wat moeilijker te vinden. Met het Taise barhouders en wat verdwaalde toeristen was het toch nog gezellig. Vrij snel weer verlaten om de reis naar Koh Tao te ondernemen. Dit ging met een nachtboot waar je met 60 mensen hutje mutje op een grote matras ligt. Daar onder andere aan Amerikaan ontmoet die wel een goede deal wist voor een duikcursus, hetgeen waar Koh Tao met 50 duikscholen voornamelijk om bekend staat. Buiten dat is het een prachtig eiland waar ook buiten het seizoen veel mensen te vinden zijn. Dezelfde dag van aankomst met de cursus gestart die vier dagen duurde. Daarna nog twee dagen op een andere gedeelte van het eiland doorgebracht, waar weer aangetoond werd dat het een kleine wereld is. Na plaatsnemen in een restaurant bleek een tafel verderop een oud collega te zitten die met haar man ook voor lange tijd op reis is. Zeer gezellige avond mee gehad vervolgens.

Na Bangkok zit ik inmiddels op het mooie Ko Chang. Spoedig naar Cambodia! 

6 reacties | reageer

Even thuis in Perth..

Rechts begint de jungle, linksaf speelt 20 meter van mijn hutje een groep apen in de bomen. Een eindje verderop hangt een bruggetje over een rivier waar monitor-hagedissen van 1,5 meter rondzwemmen op zoek naar wat lekkers. Fruitvleermuizen ruziën hoog in de palmbomen. Terwijl de relaxte Maleisiërs me vriendelijk groeten loop ik met mijn snorkelset de helder blauwe zee in waar al na enkele meters enorme scholen van de meest prachtige vissen me omringen. Papegaaivissen van een halve meter in kleuren die je niet kunt bedenken en clownvissen (nemo's) tussen de anemonen als enkelen van de hoogtepunten. Net als de 3 halen 2 betalen Hoegaarden in de enige aanwezige bar 's avonds (om een bepaald segment van de lezers ook te interesseren) . Welkom op Salang, Tioman eiland, Maleisië.

Om wat meer van het eiland te zien kan een bootje gecharterd worden, dat deed ik naar Air Betang. Dat is geen vliegtuigmaatschappij maar een rustig dorpje, waar ik het aan het einde van de dag nodig vond om in de zee op een zee-egel te gaan staan, iets wat ik niet onder de noemer aanrader schaar. Overigens was het die dag sowieso minder aaibare dierendag met een spinnetje in mijn hut die niet onder een bierpul paste en ik sloeg de complete verlichting van het plafond van mijn hotelkamer toen ik achter een dikke hornet aanzat. Volgende hotelkamer weer met wat hongerige gekko's erin a.u.b.

Als je om een of andere reden trots bent op Neerlands koloniale verleden of gewoon geinteresseerd bent in historie kun je in Melakka je hart ophalen. Het grote Stadhuys met daarin een museum waarin de tijden dat de Hollanders uit het westen des lands met de VOC over de zeeën schuimden om landverovertje te spelen worden hier uitgebreid opgerakeld. In de Portugese ruïne op de berg (want zoals altijd was het ook hier herhaaldelijk stuivertje wisselen met de andere imperialisten uit die tijd) staan enkele gigantische grafstenen waar je je oud-Hollandsch mee kan oppoetsen . Melakka heeft naast die historische plekken en allerlei musea (die voor een grijpstuiver allemaal te bezoeken zijn) een oud, sfeervol Chinatown.

Een ruim uur bussen van Melakka ligt het grote Kuala Lumpur, de 150 jaar geleden uit de grond gestampte, almaar groeiende metropool. Twee jaar geleden tijdens een 16 uur durende stop-over had ik al het nodige van de stad gezien, waaronder de Petronas torentjes, dus nu besloten om maar wat andere uitjes te maken. Een daarvan is de telecom toren, die nog hoger boven de stad uitsteekt en daardoor een compleet overzicht biedt. Zo een dagje rondgelopen en toen was het tijd om het land alweer, voor even, te verlaten.

Ik heb enkele dagen geleden een zogenaamde home-stay afgerond. Home-stays zijn populair onder reizigers omdat ze je de mogelijkheid bieden om het échte authentieke leven van locals van dichtbij te bekijken en te ondervinden. Je ziet wat hun dagelijkse bezigheden zijn, hoe ze werken, hoe ze aan hun eten komen en dat vervolgens klaarmaken, de sociale omgang tussen de mensen en hun rituelen. De meeste mensen kiezen voor een verblijf bij een bergvolk in Laos, boeren in Cambodia of Mekong-vissers in Vietnam, mijn home-stay vond plaats in een buitenwijk van Perth, Australie. Het was gigantisch interessant. Twee weken lang zat ik hier, heel toevallig, met een groep andere Nederlanders om de Australische "way of life" waar te nemen. Het leven lijkt voor deze mensen voornamelijk te draaien om de barbecue en het innemen van Tasmaanse brouwsels. De locals waren, nog toevalliger, mijn goede vrienden Jasper en Jennifer, die op geheel traditionele wijze elkaar het ja-woord hebben geven, de echte reden van mijn verblijf.

De twee weken waren uitermate gezellig met het huis vol fijne mensen (een flinke delegatie was afgereisd), er is een hoop gelachen en de bruiloft was natuurlijk het hoogtepunt. Verder Perth zelf logischerwijs bekeken, het dorpje Fremantle bezocht, een wildlifepark en Rottnest island, waar de grappige mini-kangarootjes door Abel Tasman voor ratten (rattennest) werden aangezien. Verder zou ik kunnen uitweiden over mieren, gin & tonic, een Nijmeegs sprekende TOM-TOM, een bepaald rietje en een beruchte foto van een in maanlicht gehulde accountant , maar dat is voor ingewijden. Wat nog wel de moeite van het vermelden waard is een groot donkerblauw monster die de stad gestaag overschaduwde terwijl we met een paar mensen terugliepen na een bezoek aan het stadscentrum. Toen hij ons eenmaal ingehaald had begon het met een hoosbui, maar al snel kletterden de ijsklonten om ons heen op de straat. Met een zooi gaten in de overkapping van het terras bleef de schade van ons verblijfadres gelukkig beperkt, maar deze ergste storm sinds ‘71 in Perth liet verder voor ongeveer 100 miljoen aan schade achter, waaronder vele gesneuvelde autoruiten, daken, ondergelopen gebouwen en een foto liet een keuken zien die tot boven het aanrecht vol met modder stond.

Terwijl ik dit verhaal typ ervaar ik het dieptepunt van de reis. Omgeven door de prachtige omgeving van de Maleise Cameron Highlands in het piepkleine stadje Tanah Ratah loopt een groep Nederlands in een kroeg tegenover mijn hotel in een polonaise over straat, "heb je even voor mij" beschonken vals zingend. De jammere ontdekking dat iemand eerder besloten heeft 280 euro aan Thais geld op mijn budget in mindering te brengen verbleekt daarbij.

Een kleine aanvulling brengt mij inmiddels via Palua Penang, waar een luchtvochtigheid van 97% heerst die mij constant badend in zweet over straat deed lopen, inmiddels alweer de grens over in Krabi, Thailand. Spoedig naar een eiland!

Bedankt voor de reacties wederom!

7 reacties | reageer

Goodmorning and goodnight Vietnam!

Ik zou Vietnam graag nog eens bezoeken. Als je een wat gelimiteerde tijd in een land hebt, in mijn geval een maand, ga je al snel, samen met het gros van de andere toeristen, alle plekken af die in de reisgidsen als hoogtepunten van een land aangegeven staan. Mijn beleving is dat je dan, veel meer dan in Laos en zelfs dan in het veel rijkere Thailand, het grootste gedeelte van de tijd omgeven bent door westerse luxe. Komt het "Zuid-Oost Azie gevoel" niet echt ten goede. Er is waarschijnlijk een ander Vietnam waar de nemen achter het fluwelen gordijn. Neemt niet weg dat ik me prima vermaakt heb en Vietnam een mooi land is. Mijn laatste bericht kwam uit Halong Bay waar ik op het punt stond om te water te geraken. Een tweedaagse tour liet me rondbadderen tussen de prachtige uit het water opdoemende rotsen. Een bezoek aan een met Chinezen volgepropte grot, een kanotocht op dag 2 en een glibberige beklimming op Cat Ba island completeerden de tour. In de late uurtjes van dag 1 werd er geproost op het bovendek en de tweede avond werd ons reisgezelschap een karaokebar ingetrokken (waarschijnlijk één van de weinigen die geen verkapt bordeel was) door een Vietnamees die behoefte had aan gezelschap en we hebben hard moeten optreden om voor het bier te mogen betalen. En ja, ook ik heb mijn zangkunsten vertoont. De grote vogelpopulaties waar het eiland om bekend staat zijn sindsdien waarschijnlijk niet meer waargenomen.

Tet is een feest waar alle ondernemende Vietnamezen (dat is bijna een pleonasme) vieren dat ze een excuus hebben om toeristen nog meer op te lichten dan ze normaal al pogen te doen. Als bijzaak wordt ook nog het nieuwe jaar gevierd, ditmaal het jaar van de tijger voor de geïnteresseerden. Een les voor mensen die van plan zijn dit land ooit te bezoeken: Ja, er gaat wél een bus. Nee, de trein is niet vol. Nee, niet alle hotels in het dorp zijn volgeboekt. Of het die vriendelijke oma achter de receptie is of linke loetje zonder tanden op zijn motorbike, ze staan allemaal keihard in je gezicht te liegen om hun overprijsde handeltje veilig te stellen. Er is áltijd een alternatief. Onthoudt die stelregels en het bespaart je een hoop Dong/Dollar. Leukste geval was een man die mij bij een busstation probeerde wijs te maken dat er absoluut geen bus naar mijn plaats van bestemming ging. Hij was zo vriendelijk mij met zijn motorbike-taxi te brengen voor het vriendenprijsje van 150000 Dong (zo'n 6 euro). Ik wist gelukkig beter en stapte in de locale bus die mij voor 3000 Dong (een kleine 13 eurocent) netjes voor de deur afzette.

Vlak voor Tet bevond ik me wederom noodzakelijk in mijn "geliefde" Hanoi met als doel zo snel mogelijk zuidwaarts te trekken. Na Hué bereikt te hebben per nachttrein (wat een heerlijke horizontale manier van reizen is) en al eerder (achteraf misschien helaas) besloten te hebben dit over te slaan kon na het afslaan van "de enige mogelijke manier van transport" de veel te dure bus, de trein naar Danang genomen worden gevolgd door een zwarte taxi naar Hoi An, de volgende bestemming. Hoi An is een stadje met een mooi oud centrum vol lampionnen en een gemoedelijke sfeer, waar het nieuwe jaar met een spetterend vuurwerk werd ingeluid. Dit wordt vervolgens een week gevierd i.p.v. dat lullige ene avondje dat wij hebben. Vanuit Hoi An was het een klein fietstochtje naar het eerste strand van mijn tripje, waar links alle westerlingen ingeolied lagen en rechts de Vietnamezen met alle kleren aan. Na enkele dagen Hoi An was het tijd voor een slaapbus, die ook prima in de smaak viel. Deze stopte in Na Trang, een strandstad met alles voor de westerse toerist die zich graag thuis wil voelen. Dalat was de volgende halte, een oord met een prachtige omgeving waar Vietnamese stellen zich delven in kitscherige instant-romantiek. De tijd begon inmiddels te dringen en aangezien mijn vlucht naar Singapore spoedig zou vertrekken werd de reis naar Saigon, alias Ho Chi Minh stad, ondernomen. Saigon is de tweede joekel van een stad in Vietnam, maar een stuk ruimer opgezet dan Hanoi en daardoor wat minder chaotisch en comfortabeler toeven. Het blijft om individuen en momentopnames gaan, maar het zuiden lijkt sowieso een stuk gemoedelijker dan het noorden. Vanuit Saigon de Chuchi-tunnels bezocht, een 200 kilometer lang, zeer ingenieus tunnelnetwerk waar vanuit de Vietcong opereerde. Hoewel dit tot een complete attractie is gemaakt blijft het zeer interessant om te bezoeken en heeft de plek veel historische waarde. De volgende dag stond een tripje naar de Mekong delta op bezoek. Dit bleek een hit en run tour waar alle toeristen over elkaar struikelen. Daarna was het tijd om Vietnam vaarwel te zeggen. Gelukkig hebben we de foto's nog.

Aangezien ik mij de 10e  maart naar Perth, Australie ga begeven en ik de 28e Vietnam moest verlaten leek het me geschikt om de tussenliggende tijd van Singapore naar Kuala Lumpur te reizen, waar vanuit het het gunstigst vliegen is. Singapore is de naam van een winkelcentrum ten zuiden van Maleisië. Daar is alles mee gezegd wat mij betreft. Op dit moment zit ik in Melakka, Maleisië. Hierover de volgende keer meer, en ik beloof dat de volgende update wat sneller komt. Ik hoop dat het u allen goed gaat!

10 reacties | reageer

'Nam it!

Het busje rijdt een dorpje binnen, we laden onszelf uit en al snel rennen 20 kinderen op de groep af. Vanuit veel plaatsen in de noordelijke gebieden van Thailand, Laos en Vietnam bieden bureautjes tours aan naar allerlei dorpen waar bergvolkeren leven. Het idee om met een groep blanken ineens in een dorp op te duiken om daar naar de plaatselijke bevolking te gaan staren om te zien "hoe ze leven" sprak me niet bepaald aan. Ik was dan ook even bang dat de jungletrekking die ik geboekt had, buiten mijn weten om, begon met een dergelijke attractie. Gelukkig was dit slechts om te wachten op onze gids, zodat hij, na een kwartier over een weer gluren tussen de kids en de toeristen, ons een uur of 4 door de jungle kon gaan begeleiden. Dit bleek een pittig tochtje door de jungle dat zeker de moeite waard was. Na afloop keerden we wel weer terug in het dorp om daar bij de chief op visite te gaan, die prompt een aantal shotjes eigen gebrouwen Laowhiskey voor ons inschonk, die hij evengoed in ons busje had kunnen gieten om ons op de terugweg een tripje naar het tankstation te besparen. Het instellen van een wekker in Luang Namtha voor de volgende busreis was overbodig, aangezien ook deze ochtend om kwart voor zeven de staatsradio weer braaf wat luide propaganda over de straten liet schallen. De bus bracht mij en twee Engelse jongens (en de rest van de bus ging ook mee) die ik bij de jungletocht ontmoet had van Luang Namtha terug naar Luang Prabang, Onderweg werd even gestopt voor wat noodzakelijk sleutelwerk aan de bus, een snelle berekening betreffende mijn ervaringen in Laos maakt de kans op een dergelijk oponthoud ongeveer 50%. De lezer met een fotografisch geheugen zal wellicht onthouden hebben dat ik reeds in Luang Prabang geweest was, dus na een noodzakelijke overnachting ging ik de volgende dag weer vrolijk verder naar de volgende halte, Vang Vieng. Tijdens de trip in de luxe bus, wat de enige optie was die ochtend, vroeg ik me al snel af wat drie Laotiaanse jongens in de bus deden tussen de toeristen. Zodra ik de artillerie onder de sportvestjes uit zag steken was dat vraagstuk ook opgelost. Ze horen bij het personeel met als doel de beveiliging van toeristen. Het afweergeschut bleek niet nodig.

Vang Vieng is een gigantisch toeristisch plaatsje, voornamelijk bekend van het tuben, waar je op de binnenband van een vrachtwagen jezelf van bar naar bar laat dobberen over de rivier, onderweg bier of emmers mixdrank consumerend. U begrijpt dat er overdag regelmatig strompelende, in gips gehulde mensen te spotten zijn. Behalve dat veel van het backpackende volk er terecht komt (het was voor mij af en toe een reünie) trekt het ook een ander publiek aan dat Laos alleen aandoet voor het feestgedruis van Vang Vieng. Lees, dronken Australiërs die je oren eraf brullen als je weer van "het tuben" terug naar het dorp wordt getuktukt. Je zou bijna zeggen dat het een soort Chersonissos sfeertje heeft. Ondanks dat ik het tubeverhaal na twee keer wel gezien had en het niet helemaal mijn scene was, heb ik me er prima vermaakt, mede door de vele bekenden. Vooraf las ik dat als mensen niet aan het tuben zijn ze de hele dag in 1 van de 1474 bars Friend of Family guy liggen te kijken. Dit is walgelijk natuurlijk, je bent immers in Laos. Na elf afleveringen Friends en veertien delen Family Guy ben ik er dan ook resoluut principieel mee gestopt. Wees gerust, de prachtige omgeving van Vang Vieng is niet aan me voorbij gegaan. Uiteindelijk heb ik tien dagen in dit oord doorgebracht, mede omdat ik drie volle dagen op mijn Vietnam visum moest wachten doordat ik weer eens niet doorhad wat voor een dag het was en het consulaat in het weekend niet open is. Hierdoor moest ik wat plannen om met de eerder genoemde Engelsen verder te reizen naar Phonsavan omgooien en heb een directe trip naar Hanoi geboekt om aan Vietnam te beginnen. Om logistieke redenen bewaar ik de rest van Laos voor later (denk ik). Het is gigantisch cliché om over het transport in Azië te schrijven, wat nou eenmaal wat anders geregeld is, maar:

- Na 24 uur in een yogahouding voor ver gevorderden op een baal rijst te hebben gezeten met een Vietnamees slapend op mijn schouder mag ik dat.

- Een bus wordt meer gebruikt voor goederenvervoer en vooruit, de mensen mogen ook mee.

- Hoe buschauffeurs hier met een bus kunnen manoeuvreren is fascinerend. Of suïcidaal, net hoe je het wil beschrijven.

- Kijk niet vreemd op als de persoon voor je uitgebreid achterstevoren op zijn stoel gaat zitten kijken naar wat je aan het doen bent, wat bijzonder weinig is in zo'n bus. Het is even wennen.

- Zogenaamde WC stops zijn eigenlijk alleen bedoeld om massaal een paar kilo long op te roggelen en op de grond te deponeren. Overigens doen Aziaten in deze regio dit te hele dag.

- De muziek die uitverkozen wordt om over de mensen uit te strooien is abominabel. Ik luister tijdens dit soort tripjes alleen nog maar naar metal op mijn mp3 speler, omdat dat het enige is waar dat tenenkrommende gezemel niet doorheen komt. Pogingen tot het starten van een moshpit in de bus hebben tot op heden overigens weinig resultaat opgeleverd.

Hoe zorg je dat iedereen in een communistisch land zijn beloofde baan krijgt? Geef ze allemaal een mooi groen politiepak en laat ze afzonderlijk elke vijf minuten je paspoort vragen. Aan de grens moest de hele bus geleegd worden en werd hij drie keer doorgelicht alsof er een forensisch team een meervoudige moord aan het onderzoeken was. Eenmaal in het land ging de bus nog een paar keer aan de kant, waar na het overleggen van wat plaatselijke valuta (dong of dollars) de reis kon worden voortgezet. Om zeven uur ‘s avonds reed de bus Hanoi binnen, waar ik opnieuw heb moeten leren lopen, wat lastig is in een stad waar de voetganger de laagste in de pikorde is. Een groep taxichauffeurs stond als schuimbekkende honden achter een hek (wederom goed dat ik die rabiësinenting heb) op de Westerse prooi te wachten en eenmaal losgelaten werden we al snel in een bus gejaagd richting "vewy cheap" hotel. Hanoi is scooter, brommer en motorfiets. Gekkenhuis. Op de stoep verhinderen ze je daar, samen met de uitstalling van winkels, te lopen en op straat toeteren ze je van je enige mogelijke looproute af. Dit gaat snel vervelen. Het gratis bier bij de Engelse jongens in het hotel die ik inmiddels weer gelokaliseerd had maakte het enigszins goed. Het enige boeiende aan Hanoi zijn, mijn inziens, de musea. Het oorlogsmuseum, het Ho Chi Min museum, het mausoleum waar de man gebalsemd horizontaal ligt, zijn huis en werkplaats en het Hanoi Hilton, de gevangenis waar ze John McCain nog prima als relikwie in één van de cellen hadden kunnen laten. Na enkele dagen was ik zeer verheugd Hanoi te kunnen verlaten na op een tijdelijke reisgezelschap te hebben gewacht en kon de weg naar Sapa worden ingezet. Sapa is een dorp waar men heengaat voor de prachtige omgeving van bergen, bossen en rijstvelden. Alle faciliteiten zijn volledig gericht op de (vooral immer aanwezige Franse) toerist met luxe restaurants en hotels met alle gemakken van nu, maar de locals blijven in hun traditionele kleding rondlopen. Of vastberaden achter je aanlopen na twaalf keer "nee", om wat zelfgemaakte breiwerkjes te verkopen. Maar ze zijn er aardig. Tienermeisjes staan traditioneel gekleed in de kroeg te poolen terwijl hippe muziek uit de speakers knalt. Na wederom een heerlijke busrit uit Sapa is Halong Bay inmiddels bereikt. Hier duik ik morgen voor drie dagen met een boot het water op om dit eens even goed te bekijken tijdens het ronddobberen. Ahoy!

10 reacties | reageer

Trossen los richting Laos

Voor het eerst in mijn leven zie ik de sterrenhemel in vol ornaat. Terwijl ik in het donker mijn weg terug probeer te vinden zonder over kippen en zwijntjes te struikelen in het enige straatje dat dit dorpje rijk is blijf ik enkele minuten omhoog staren. Ik ben toch wel even onder de indruk. Er zijn veel plaatsen in Laos waar de elektriciteit maar een paar uur per dag aangaat en dan is het ‘s nachts dus donker. Geen gloeiend peertje te bekennen, écht donker, en dan openbaart zich een gigantisch, fel schijnende sterrenstelsel die we in ons altijd verlichte werelddeel niet waar kunnen nemen. Ik ben dus in Laos, waar hamer en sikkel nog steeds op een voetstuk staan, of in ieder geval overal het straatbeeld beheersen. Het is me enige tijd eerder gelukt mijn laatste stop in Thailand, Pai, te verlaten, wat menigeen maar moeizaam lukt. Behalve dat het in sommige stukken van Pai lastig is om jezelf überhaupt te verplaatsen door drommen toeristen uit de Thaise hoofdstad, willen de immer beregezellige en laat eindigende avonden in de Bamboobar er nogal eens toe leiden dat mensen de volgende dag die geplande bus toch maar zonder hen laten vertrekken. Pai heeft enkele jaren geleden in een Thaise blockbuster gefigureerd en sindsdien komen hordes Bangkokkenezen naar Pai om zichzelf daar met alles wat Pai rijk is, incluis stoeptegels, reclameborden en aanplakbiljetten, te vereeuwigen. Volgens ingewijden waren 50% van de resorts rondom het dorp er vorig jaar nog niet. En men bouwt fluitend door. Een wat gedesillusioneerde Amerikaan die er tien jaar geleden een compleet andere wereld aantrof moest er even zijn verhaal over kwijt terwijl ik op de bus stond te wachten die mij "eindelijk" uit Pai ging wegvoeren, mensen achterlatend waar ik veel schik mee heb gehad, die er eerder dan ik waren en toch nog geen kans zagen te vertrekken. Ik heb ondanks al het barvertier toch kans gezien om genoeg van de fraaie omgeving te zien. Pai ligt ingebed tussen de bergen en tijdens twee scootertochtjes (waarbij ik er tijdens één weer eens ouderwets verdwaald met een stadscootertje met een bijna lege tank in het mulle zand tussen de jagers op de top van een berg stond) heb ik er veel van mogen aanschouwen. Uiteindelijk forceerde ik mezelf door het boeken van een slowboat trip die als eindstation Luang Prabang, Laos had, om de aftocht te blazen. Na in de nacht naar Chang Kong te zijn gebracht (ik durfde Pai natuurlijk niet bij daglicht te verlaten) en een klein slaapje te zijn gegund kon de boot naar Laos na wat bureaucratie bij de grensovergang geënterd worden. Wat volgende was een trip van twee keer zeven uur met ertussen een overnachting in Pak Beng waar iedereen behalve zijn ogenschijnlijke professie tevens een handeltje in opium en/of wiet heeft lopen. De slowboattrip is een prachtige manier om jezelf te laten vervoeren. Terwijl de boot voortbromt over de Mekong schuiven bergen, waterbuffels, vissers en spelende kinderen op bak- dan wel stuurboord aan het zicht voorbij. Op de boot wordt genoten van het zonnetje, goede gesprekken gevoerd en worden aangeschafte BeerLao of wat dubieuzere brouwsels met nieuwe vrienden gedeeld. Desondanks is het na 14 uur boot natuurlijk wel mooi geweest, dus de veilige haven van Luang Prabang was een welkom opdoemend zicht. Luang Prabang is een pittoreske plaats waar het goed toeven is voor een paar dagen. Vanaf een tempelcomplex in hartje stad heb je een prachtig uitzicht over de stad, er zijn fraaie watervallen op 30 kilometer brommeren, er zijn een paar leuke bars en de liefhebber van brood komt in Laos weer aan zijn trekken. Dit dankzij de voormalige Franse bezetters, die nog steeds dol zijn op hun voormalige kolonie. Naast Luang Nam Tha in het noordwesten moet een fraai nationaal park liggen wat ik graag wilde bezoeken, maar om daar te komen leek het me wel aardig om een kleine afslag naar Nong Khiaw te maken. De eerste stappen op de grote brug van dit kleine dorpje deden een uitzicht ontwaren dat mijn beslissing om erheen te gaan (en de vier uur durende heenreis waar ik niet kon bewegen tussen de complete huisraad van de overige reizigers) rechtvaardigde. Op 3 kilometer liggen grotten waar de mensen zich verscholen toen de Amerikanen de hele boel er naar de filistijnen bombardeerden. Op mijn wandeltocht er naartoe werd ik al snel vergezeld door drie jongetjes die daar net als menig leeftijdsgenootje als ware entrepreneurs hun eigen reisbureautje hebben opgezet. Oftewel, ze lopen ongevraagd met je mee om vervolgens als gids te dienen waarna je ze van wat Kip mag voorzien. Ondanks dat ik nog wel eens in een trucje trap had ik dit wel gelijk door, maar het was bijzonder lastig om ze duidelijk te maken dat ik hier weinig behoefte aan had. De grotten zijn niet voor de claustrofoob en zoekend in het donker had ik even gewenst dat ik die jochies toch mee had genomen, maar ik wist het licht weer te vinden. Een verdere voettocht naar een waterval bracht me door redelijk authentieke dorpjes met zandweggetjes gevuld met beesten en spelende kindjes en waar mensen zich in de rivier wassen, maar er wel een jaren 80 tv in de bamboehutjes staat. Wat mensen die ik tegenkwam die ik eerder op de slowboot had ontmoet overtuigde mij ‘s avonds om de volgende dag mee te gaan naar het opwaarts de rivier gelegen Muang Ngoi Neua, waar mijn verhaal begon. Een bootje is de enige mogelijkheid van transport en het was wederom vermakelijk. Het is inmiddels wel duidelijk dat vertrektijden in Laos nogal rekbaar zijn en dat degene die het eerst komt het laatst maalt. Sommige mensen maken zich daar enorm druk om, maar dat lijkt me een verspilling van je tijd en humeur. Wederom een fraai dorpje, maar aangezien ik nog veel meer wil zien in Laos besloot ik om de volgende dag weer te verdwijnen in een busje naar het eerder genoemde doel Luang Nam Tha. In ruil voor de nodige boomkapcontracten bouwen de Chinezen hier nieuwe wegen, maar met de oude die er vooralsnog ligt is een 7 uur durende stuiterende achtbaanrit gegarandeerd. Na afloop zit alles en iedereen onder het stof en ook in Laos komt uit het gros van de auto´s het monster uit "Lost" (voor de kenners) uit de uitlaat. Als je dan met je bus de helft van de tijd achter zo'n stoomlocomotief zit ben je dubbel verheugd als de bestemming bereikt is. Het aanwezig zijn op deze locatie is de huidige stand van zaken. Doel is om hier een dagtochtje in het nationale park te maken om erna zuidwaarts te duiken.

Dankt u voor de reacties en voor iedereen een fantastisch 2010!

9 reacties | reageer

Welcome to the jungle

Mijn lonely planet heet southeast Asia on a shoestring, wat erop duidt dat het gericht is op het reizen op een bescheiden budget. Behalve dat de genoemde prijzen in dit in 2008 uitgebrachte boekwerk sinds die tijd blijkbaar allemaal minimaal verdubbeld zijn, gaat het échte budgetreizen mij niet bepaald goed af. Zo kon ik ergens een kamer krijgen voor 2 euro per nacht, maar na een kleine rondleiding waar ik over de slapende mensen in de hal moest stappen en ik meer de indruk had dat ik in een crackpand beland was, liep deze verwende toerist toch echt weer naar buiten. Ook het onderhandelen over prijzen zit me niet echt in het bloed, ook een spoedcursus afdingen door een Canadees stel mocht niet baten, maar hun tactieken waarbij ze de tuktuk-bestuurders onderhand hen wilde laten betalen om ze weg te brengen ging mij ook wat te ver. Dat stel was onderdeel van een gemêleerd gezelschap van verschillende nationaliteiten en leeftijden waarmee ik (gedeeltes van) mijn dagen in Chiang Mai heb doorgebracht. Die had ik ontmoet via een Amerikaanse vrouw die net als ik had besloten om een dagje "Flight of the Gibbon" te boeken. In de jungle een uurtje buiten deze stad kun je jezelf in een tuigje aan een kabel van platform naar platform zeilen die een metertje of 40 van de grond in bomen zijn gebouwd. Een aanrader. Wat geen aanrader is, is om spontaan te besluiten om met je fiets een berg die tot een colletje van de eerste categorie gerekend mag worden te gaan beklimmen op een lege maag en zonder water, zoals ik de dag ervoor ineens besloot tijdens het rondfietsen door de stad. Hoewel de waterval, de wandeltocht door de dichtbegroeide bossen op driekwart van de berg en de afdaling toch een fijne beloning waren voor de ontberingen op de heenweg. Een paar dagen later gingen we ditmaal met een auto dezelfde berg op om een grote tempel te bezoeken. Ik vind het toch ietwat apart hoe dit soort, voor Boeddhistische Thai, heilige plaatsen gigantisch commercieel worden geëxploiteerd. Behalve de gigantische markt eromheen kun je tot in de tempel allerlei rotzooi aanschaffen, wat voor mij gigantisch afbreuk doet aan de ervaring. Een dag later ben ik met een scooter een eind de stad uitgereden om 60 kilometer noordwaarts fraaie gebieden te ontdekken en op de terugweg een walgelijke snakefarm te bezoeken waar ik vervolgens wel hypocriet met een slang op de foto ben gegaan. Je bent toerist of je bent ‘t niet. Na nog even de bumper van een SUV op de snelweg getoucheerd te hebben op de terugweg ben ik de volgende dag naar een elephantcamp geweest. Je leert hier hoe je een, de naam zegt ‘t al, olifant moet beklimmen en vervolgens besturen. Dat tweede is natuurlijk complete onzin want dat beest luistert alleen naar zijn baasje (de zogeheten mahout), maar je kunt jezelf even voor de gek houden en je Thaise vocabulaire wat uitbreiden door de commando's die je naar de olifant moet brullen uit je hoofd te leren. Na een hoop tijdrekkerij mag je vervolgens een stukje door de jungle gaan wandelen en met de olifanten het water in en, voor de liefhebber, een gifgroen modderpoeltje in. Een bijzondere ervaring en hoewel ik bij dit soort activiteiten met dieren altijd wel kritisch ben zijn dit soort dagen voor de olifanten een eitje en je ziet dat ze ook plezier hebben, waar ze vroeger de hele dag als tractor mochten fungeren. Na een gezellige avond met een groepje op het dak van het hotel was het tijd om verder te gaan. Terugkomend op het budgetreizen: na mijn dagen in Chiang Mai gesleten te hebben in een kamer met koelkast, televisie en wifi op mijn kamer (maar dat kostte me potverdikke dan ook 5 euro per nacht) vond ik het tijd om te bekeren van deze luxe. Een schokbrekerloze bus die met drie schroeven en wat kauwgom aan elkaar hing en die mij drie uur lang over een gigantische kronkelweg door de bergen moest vervoeren was de zelfkwelling van mijn keuze. Gezien mijn grenzenloze emphatische vermogen had ik besloten om na het horen van de vrieskou in Nederland mezelf ook naar wat koudere gebieden te transporteren. De jassen en lange broeken gingen onderweg naar Pai dan ook aan bij de Thai, maar behalve het flinke afkoelen ‘s nachts kan ik overdag tot mijn grote spijt toch helaas niet delen in de barbaarse omstandigheden waar het gros van de mensen die dit leest zich in bevindt. Pai is een heerlijk relaxt stadje met een hoop markante figuren en een gemoedelijk sfeertje. Na twee dagen en lange nachten heb je het idee dat je alle andere reizigers en Thaise ondernemers al kent. De (reis)wereld blijkt wederom klein. Na in eerdere plekken al eerder ontmoette mensen toevallig weer tegen het lijf gelopen te zijn en mensen ontmoet te hebben die weer mensen ontmoet hadden die ik eerder ontmoet had (volgt u het nog?) heb ik hier onder andere al weer rondgehangen met een jongen uit de kroeg in Kanchanaburi en jawel, een heuse Nijmegenaar. Overigens zijn wij Nederlanders in Thailand oververtegenwoordigd, je hoort met grote regelmaat de Nederlandse klanken door de lucht schallen wat tot een toppunt kwam toen tijdens een hapje eten de tafels voor, naast en achter mij bevolkt werden door kaaskoppen. Ik vrees dat we na Balkie's uitspraken over de VOC-mentaliteit toch weer aan het koloniseren zijn geslagen...

Mag ik iedereen weer hartelijk bedanken voor alle hilarische reacties. Het blijft leuk om in een internetcafé tussen de gamende Thaise kinderen en/of versufte backpackers hardop in lachen uit te barsten. Verder hoop ik dat iedereen een leuke kerst aan het beleven is (ze proberen hier wel wat te doen, maar het gevoel is er niet bepaald) en wens ik iedereen een knallend uiteinde.

10 reacties | reageer

Volgende pagina »

Laatste foto's

Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's
Laatste foto's

Laatste loodjes

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: